Volgens Hermans bevindt de Vlaamse aardappelsector zich momenteel in een ‘perfecte storm’ die leiden tot een steeds penibelere situatie voor de landbouwers. “Op de internationale markten zien we dat onze aardappelsector steeds meer concurrentie krijgt van bijvoorbeeld China en India. Vroeger waren beide landen nog grote afzetmarkten voor ons maar ondertussen produceren zij niet alleen zelf erg veel aardappelen, ze beconcurreren onze exportbedrijven ook steeds sterker op de Aziatische markt. Verwerkende aardappelbedrijven hebben daarom steeds minder aardappelen nodig en dit leidt tot lagere prijzen en overschotten bij de boer. Het spijtige is dat zijn marktmacht dus nog steeds te beperkt is.”

Daarom verwelkomt Hermans initiatieven die gericht zijn op het versterken van de export, zoals de deelname van Vlaamse aardappelverwerkende bedrijven aan beurzen in Azië onder begeleiding van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). Volgens haar kunnen dergelijke acties op korte termijn de huidige problemen niet oplossen, maar bieden ze wel belangrijke opportuniteiten op langere termijn. “Gelukkig zetten we steeds meer in op vrije handelsakkoorden. Het aanzwengelen van onze export komt iedereen in de keten ten goede”, aldus Hermans.

Daarnaast pleitte het parlementslid ook voor het versterken van de positie van de landbouwer binnen de keten. Hermans ziet hierin een cruciale rol weggelegd voor producenten- en brancheorganisaties. Ze ondersteunt dan ook initiatieven, zowel op Vlaams als Europees niveau, die samenwerking tussen landbouwers stimuleren en hun onderhandelingspositie verbeteren, iets waar ze in het verleden ook al erg vocaal over was. “We weten dat dergelijke organisaties bijdragen aan meer evenwicht in de keten en betere prijsafspraken. Het zorgt ervoor dat onze landbouwers een sterkere onderhandelingspositie krijgen. Een eerlijke prijs voor hun producten, dat is wat we onze boeren verschuldigd zijn”, besloot Hermans.

Onderwerpen